De goede herder

Er was eens een herder. Hij had honderd schaapjes. Hij wandelde door de bossen, over de heide, in het gras om ze te weiden. Een trouwe hond vergezelde hen. Ze waren erg gelukkig en niet bang, wel nieuwsgierig, waardoor er nogal eens een schaapje afdwaalde. De herder gaf een seintje aan zijn hond en hij ging het afgedwaalde schaapje terug halen. Zo graasden ze verder en verder. Als ze van plaats verwisselden, telde de herder voor de securigheid al zijn schaapjes, voordat ze vertrokken. Op een keer telde hij er maar negen en negentig. Hij dacht dat hij zich vergiste en telde opnieuw. Maar weer kwam hij tot 99. Hij was bezorgd en nam het zichzelf kwalijk dat hij niet goed opgelet had. Daarom gaf hij instructies aan zijn hond om op de negen en negentig te passen en ging kijken naar waar ze eerder waren. Hij zocht net zolang tot hij ook die ene terug vond. hij luisterde goed en ja… daar hoorde hij zachtjes geblaat in de diepte. Hij daalde af, de barricades trotserend en pakte blij zijn verloren schaapje in zijn armen. Hij nam het op zijn schouders, zodat het geen wonden zou oplopen en ging weer naar zijn kudde, waar de anderen, onder toezicht van de hond hem verwachtten. Wat waren ze allemaal blij dat ze weer één kudde waren en er niemand achter hoefde te blijven. ze blaatten van blijdschap hun schapenlied. De hond blafte mee en de herder speelde op de harp.

Verwachten

DSCF0391Ik maakte een wederzijdse afspraak. Beiden vonden we het zinvol en tegelijk leuk om eens bij te praten. Ik had ook iets aan deze persoon uitgeleend, wat ik nu zelf weer goed kon gebruiken en vroeg dit mee terug te brengen. Dus verwachtte ik. Maar wie er ook kwam, mijn afspraak niet. Hij was zo vriendelijk om te melden via mijn telefoon dat er oponthoud was in zijn programma, maar dat hij spoedig zou arriveren. En nu wachtte ik. Maar na een uur was hij er nog niet. Nog een telefoontje over nog meer oponthoud, “maar nu kom ik er bijna aan”. Dat vond ik fijn om te weten, wist ik wat ik kon verwachten. En ik wachtte. Dronk alvast mijn koffie, want het werd toch wel erg laat, vond ik. Na een hele tijd gewacht en verwacht te hebben, was hij er. Geen tijd meer om te praten, noch om van mijn vers gezette koffie te genieten. Snel een lekker hapje naar binnen werken, want die had ik klaar gezet en stonden te wachten. Hij moest door, had een andere afspraak, die hij ook al opgeschoven had, maar die hij toch echt niet langer kon laten wachten, vond hij. Hij had door zijn oponthoud te melden nog gehoord wat hem stond te wachten daar. Ze verwachten hem daar en het programma moest door gaan. Hij wist wat hij kon verwachten, dat vond hij fijn, vertelde hij. Dus namen we eigenlijk meteen weer afscheid, waarbij hij zei:” Je moet ook niet (s) verwachten, dat leerde jij mezelf”. Ik zei nog:” Ja, maar afspraken nakomen is toch net iets anders, dat heeft een verwachting in zich, volgens mij, maar ok, weer iets geleerd, ook dit werkt blijkbaar teleurstellingen in de hand, in dit/ons geval”. Dus ga ik ook geen afspraken meer met je maken. Hoef ik niet te wachten, noch te verwachten. En geen pijn hiervan te hebben. Ik wens je een fijne dag en wens dat je verwachtingen gaan uitkomen. Ga maar snel, ze zitten op je te wachten. En weg was hij. We zwaaiden nog even.