Politiecommunicatie

Op een keer werd ik aangehouden door een politie. Hij reed op zijn motor, keek in mijn auto en hij liet mij stoppen. Ik, mij van geen kwaad bewust, stopte en stapte uit. Hij vroeg mij: “Rijd u altijd zo rond?” Ik meende dat ik wel begreep waar hij op doelde, antwoordde beleefd: “”Nee hoor, ik trek eigenlijk elke dag wel iets anders aan. Ik hou erg van fris en kleuren, meneer.” Er kon geen lachje af, maar hij werd boos en zei: “Dat bedoel ik niet, mevrouw. U mag uw zicht in uw auto niet verkleinen door posters op uw voorruit te plakken.” Ik antwoordde dat ik het voor de zon deed, waardoor ik gemakkelijker op mijn TOMTOM kon kijken, maar geen probleem hoor, een zonnebril is wat kleiner en kan ook goed dienst doen daarvoor. Zo gezegd, zo gedaan. Hij keek me nog eens aan en reed weg. Ik ook.

Het is…

20150621_132149Het is, (de mens), ik ben….

-Zo machtig….zo groot….zo rijk…zo onuitsprekelijk….zo puur…zo mooi….zo vol blijdschap…nooit alleen…een vriend…geliefd…
voor die het willen…
en tegelijkertijd…..
ben ik…
-Zo machteloos…..zo klein….zo arm….zo eenvoudig….zo verward…zo lelijk…zo intens verdrietig…zo eenzaam….een vijand…veracht….
voor die het niet willen…
WIE…
zal het (mij) (kunnen) begrijpen?…

Alleen GOD, mijn HEERE JEZUS CHRISTUS.

Want Hij weet en begrijpt al deze dingen, wat ik bedoel, wat ik denk én wat ik voel.

De goede herder

Er was eens een herder. Hij had honderd schaapjes. Hij wandelde door de bossen, over de heide, in het gras om ze te weiden. Een trouwe hond vergezelde hen. Ze waren erg gelukkig en niet bang, wel nieuwsgierig, waardoor er nogal eens een schaapje afdwaalde. De herder gaf een seintje aan zijn hond en hij ging het afgedwaalde schaapje terug halen. Zo graasden ze verder en verder. Als ze van plaats verwisselden, telde de herder voor de securigheid al zijn schaapjes, voordat ze vertrokken. Op een keer telde hij er maar negen en negentig. Hij dacht dat hij zich vergiste en telde opnieuw. Maar weer kwam hij tot 99. Hij was bezorgd en nam het zichzelf kwalijk dat hij niet goed opgelet had. Daarom gaf hij instructies aan zijn hond om op de negen en negentig te passen en ging kijken naar waar ze eerder waren. Hij zocht net zolang tot hij ook die ene terug vond. hij luisterde goed en ja… daar hoorde hij zachtjes geblaat in de diepte. Hij daalde af, de barricades trotserend en pakte blij zijn verloren schaapje in zijn armen. Hij nam het op zijn schouders, zodat het geen wonden zou oplopen en ging weer naar zijn kudde, waar de anderen, onder toezicht van de hond hem verwachtten. Wat waren ze allemaal blij dat ze weer één kudde waren en er niemand achter hoefde te blijven. ze blaatten van blijdschap hun schapenlied. De hond blafte mee en de herder speelde op de harp.

Verwachten

DSCF0391Ik maakte een wederzijdse afspraak. Beiden vonden we het zinvol en tegelijk leuk om eens bij te praten. Ik had ook iets aan deze persoon uitgeleend, wat ik nu zelf weer goed kon gebruiken en vroeg dit mee terug te brengen. Dus verwachtte ik. Maar wie er ook kwam, mijn afspraak niet. Hij was zo vriendelijk om te melden via mijn telefoon dat er oponthoud was in zijn programma, maar dat hij spoedig zou arriveren. En nu wachtte ik. Maar na een uur was hij er nog niet. Nog een telefoontje over nog meer oponthoud, “maar nu kom ik er bijna aan”. Dat vond ik fijn om te weten, wist ik wat ik kon verwachten. En ik wachtte. Dronk alvast mijn koffie, want het werd toch wel erg laat, vond ik. Na een hele tijd gewacht en verwacht te hebben, was hij er. Geen tijd meer om te praten, noch om van mijn vers gezette koffie te genieten. Snel een lekker hapje naar binnen werken, want die had ik klaar gezet en stonden te wachten. Hij moest door, had een andere afspraak, die hij ook al opgeschoven had, maar die hij toch echt niet langer kon laten wachten, vond hij. Hij had door zijn oponthoud te melden nog gehoord wat hem stond te wachten daar. Ze verwachten hem daar en het programma moest door gaan. Hij wist wat hij kon verwachten, dat vond hij fijn, vertelde hij. Dus namen we eigenlijk meteen weer afscheid, waarbij hij zei:” Je moet ook niet (s) verwachten, dat leerde jij mezelf”. Ik zei nog:” Ja, maar afspraken nakomen is toch net iets anders, dat heeft een verwachting in zich, volgens mij, maar ok, weer iets geleerd, ook dit werkt blijkbaar teleurstellingen in de hand, in dit/ons geval”. Dus ga ik ook geen afspraken meer met je maken. Hoef ik niet te wachten, noch te verwachten. En geen pijn hiervan te hebben. Ik wens je een fijne dag en wens dat je verwachtingen gaan uitkomen. Ga maar snel, ze zitten op je te wachten. En weg was hij. We zwaaiden nog even.

Kinderlogica.

Ik was op bezoek bij een vriendin, waar een dochtertje van vier mij enthousiast begroette. Ze vertelde meteen over waar ze op school mee bezig was. Haar juf had een babietje in haar buik en in de klas werkten ze met alles over de baby. Of ik mee wilde om te gaan kijken. “Ja, en ik geef de baby van mij  juf elke morgen alvast een kusje. Dat doe ik op de buik van de juf, want daar zit de baby in. En die voelt wel dat ik haar een kusje geef.”
Ik ging mee kijken en ze liet me alles over de baby zien. Kijk: ” Een bad, een wieg, een kinderwagen en o kijk dan, een pak met luiertjes, klein he?” En nog veel meer. Tot in de details vertelde ze wat ze wist, zag en wilde tonen aan mij.
’s Avonds onder het eten vroeg ze of ze op schoot mocht. Toen ze erop zat, voelde ze voorzichtig over mijn buik, dacht na en zei:” Nee, tante Hennie, uw buik is veel te oud”. Het was even stil, maar even daarna zei ze:” Geeft niet hoor, u heeft mij toch?”
Zonder op enige reactie te wachten, vertelde ze haar verhaal over hoe zij naar babies kijkt, aan mij.