Communiceren.

 

Doen we elk moment op verschillende manieren. Met onze mond maken we geluiden, praten of zingen we. Soms schreeuwen of huilen we. We kunnen ook lachen. We proberen iets duidelijk te maken. Aan de ander(en) in onze nabijheid. Met onze lichamen communiceren we ook naar buiten toe en naar binnen. Ons lichaam vertelt ons wat we ervaren aan wat we vertellen. Of het verstaan wordt ja of nee door onszelf of de ander. De ander reageert op zijn eigen unieke manier op wat jij vertelt. Daarin neemt hij zijn eigen referentiekader mee. Zodoende wordt er nogal een mis-gecommuniceerd. En voelen we ons niet begrepen. Dit kan pijn oproepen. Dat vertelt ons lichaam dan tegen ons. En van de pijn gaan we huilen, schreeuwen
of we slaan het op, waardoor onze spieren weer gaan verkrampen. Belangrijk in communicatie is niet altijd dat je je begrepen voelt, maar dat je je mag uiten op je eigen specifieke wijze. Dat de ander(en) je ho(o)rt(ren).

Een voorbeeld om dit duidelijk te maken:” Er kwam regelmatig een jongetje bij mij, die meestal veel geluid maakte, zich wat onhandig gedroeg en enigszins onzeker naar me keek.” Ik zei:” Ik zie dat jij heel veel te vertellen hebt, is dat waar?” “Ja”, zei hij. Ik organiseerde een rustig plekje voor hem, gaf hem een trommel en twee stokjes en zei:” Vertel jij maar eens met deze stokjes tegen je trommel je verhaal. Alles mag je tegen hem zeggen”.  Hij sloeg op de trommel dat het een lieve lust was. Zijn gezichtje ging langzaamaan stralen en zijn lichaampje ontspande. Na ongeveer 20 minuten vroeg ik of hij uitgepraat was. “Ja”, zei hij. IK zei:” Wat heb jij een prachtig verhaal verteld”. “Meent u dat?” “Jazeker wel”.
Daarna was hij in staat om mee te doen met mijn verhaal. Hij zat rustig en luisterde.
Na afloop pakte hij me vast en zei:” Mama, wat was dit fijn”.  Ik was wel niet zijn mama, maar hij had een mama-gevoel, omdat hij zich begrepen voelde.